oke baak, we hebben een probleem

De Apollo 13 zou naar de maan, kreeg problemen door een ontplofte zuurstoftank (geen energie is een groot probleem als je bijvoorbeeld nog terug naar de aarde wil) en vervolgens knutselde de voltallige bemanning met de aanwezige spullen een nieuwe energieaandrijving en kwam veilig thuis. In de film Apollo 13 uit 1995 speelt Tom Hanks de rol als commandant. Lees voor Apollo 13 Amelia 1. Voeg een ongecontroleerde vlucht toe en voila ik ben de commandant.

‘Nee hoor, ganzen vliegen niet weg. Die blijven zitten achter een hekje van een meter hoog. Je kent de uitdrukking toch wel? Domme gans!’ Annet heeft te veel ganzen en ik heb er geen. Zodoende heeft Raymond zich een weekend lang gestort op het plaatsen van 25 paaltjes en 65 meter hekwerk van een meter hoog. De Welkoopmeneer uit Toldijk komt hoogstpersoonlijk het hok afleveren (‘Ik woon in Ruurlo en kom toch langs’.) Op zondagochtend doe ik mijn best op een bedanktaart  en op zondagavond zijn we helemaal klaar voor de ontvangst van Amelia en oom Waldo.

(Amelia en Abigail Giegel zijn tweelingzusjes gans uit de disneyfilm De Aristokatten. Toen ik die twee dames zag rondsjokken in de film op zoek naar hun oom Waldo was ik verkocht. Ganzen zijn leuk! Zelfs als ze niet praten en geen hoedje ophebben. Ze vinden oom Waldo uiteindelijk in Parijs waar hij behoorlijk aangeschoten een restaurant uit vlucht. ‘Ze hebben mij volgegoten met port!’)

De dame en heer arriveren in een kist en zijn behoorlijk in hun wiek geschoten om het maar even bij vliegtermen te houden. Oom Waldo komt uit de tuin van Annet uit Baak en is als eerste in de kist gestopt. Daarna zijn ze naar de buurvrouw van Annet gereden (ook teveel ganzen) alwaar Amelia in de kist is gezet. Ze flapperen uit de kist en belanden in het hoge gras (ganzen zijn uitstekende graseters) en staan hevig ontdaan te schelden in hun nieuwe verblijf. Dat gaat 12 uur lang goed. Dan besluit Amelia dat het genoeg is geweest en stijgt op richting Baak. Ze haalt minstens 200 meter en het is maar goed dat ze verontwaardigd zit te snateren anders had ik nog lang moeten zoeken. Nu drijf ik haar in de juiste richting via de wei van de paarden terug naar haar eigen wei. In de paardenwei treffen we oom Waldo aan. Die zijn nieuw ontdekte talent nog maar eens beproefd (Annet:’Ik heb hem nog nooit zien vliegen’). Oom Waldo vliegt, vliegt hoog en zwenkt met een bocht terug naar de aarde alwaar hij in het maisveld hevig snaterend het allemaal ook niet meer weet.

Ik concentreer mij op Amelia. Met twee balkjes en een trui weet ik haar de juiste kant op te werken. Als zij weer achter haar hekwerkje zit is het moment voor oom Waldo. Die is zichtbaar de kluts kwijt. Ver van huis met een onbekende ganzendame in zijn wei en een vreemde vrouw die op hem af komt gewandeld. Eerst waggelt hij gedecideerd bij mij vandaan. ‘Nou best, dan wandelen we terug naar je wei’, stel ik voor. Na 10 meter heeft hij het gehad en draait zich om, kijkt mij aan en begint te blazen als een nest valse katten. Ik besluit oom Waldo dan maar te dragen en dat betekent dat ik hem moet oppakken. Tot mijn en zijn verrassing lukt dat wonderwel goed. Daar sta ik in het veld met een bundel woedende gans. Met zijn lange nek draait hij zich om naar mijn gezicht. Half afgewend en met mijn hoofd naar beneden weet ik de ergste aanval uit de weg te gaan. Oom Waldo heeft met zijn snavel een bek vol haar te pakken waar hij nijdig aan trekt. Ik wandel stevig door en kom uiteindelijk in redelijke staat terug bij de ganzenwei. Twee ganzen achter het hek. Ik besluit Annet erbij te halen. Zij heeft niet zonder trots vertelt dat ze het diploma kippenhouden heeft en daar zal vast een module kortwieken bij zitten lijkt mij. Maar nee, kortwieken zat er niet bij. Dus man Wim meegenomen die één voor één Amelia en oom Waldo vangt en uitleg geeft over de pijnloze plek om de buitenste veren van de vleugel af te knippen.

Aardappelschillen, appelschillen…blazend wijzen ze iedere vorm van toenadering af. Twaalf uur lang blijven ze eensgezind in hun hokje naar mij zitten blazen. Ik hoop er maar op dat een gedeelde vijand tot een langdurig ganzenhuwelijk zal leiden. Dan breng ik een emmer vers water. Zodra ik uit zicht ben spetteren ze zichzelf nat en klapperen voldaan met hun vleugels. Tijd om de grote vijverbak te plaatsen dan willen ze vast nooit meer terug naar Baak. En als dat niks wordt probeer ik het met port. Weet nog niet zeker wie ik er dan mee vol giet…

 

 

 

 

 

Posted in achterhoek, ganzen | 1 Comment

ramon

De Achterhoek is mooi maar er is een gebrek aan zee en dus had ik in een onbewaakt ogenblik toegegeven aan de wens van de meisjes; kamperen! Het zal door het stralende weer op Koninginnedag zijn gekomen dat ik bedacht dat een tent op Terschelling het ultieme besluit van de meivakantie zou zijn. Dus ik lig gehuld in een nieuwe slaapzak met sokken en een T-shirt aan op mijn zelfopblazende matje te hopen dat de voorspelde nachtvorst zal meevallen wanneer onze kraamhulp Ada belt. Ons veulen is geboren.

Vijf dagen daarvoor heeft Raymond met wat snoeren en stekkers onze internetverbinding tot stand gebracht en binnen drie seconden hebben we een zwart-wit beeld van het veulen van Luna dat nog nat naast zijn moeder ligt. We zien het op het scherm wankelend gaan staan en daarna schuddend op zijn benen de eerste slokken melk drinken. We horen Luna voor het eerst haar moederstem gebruiken. Een geluid dat zo vriendelijk en geruststellend klinkt dat ik volkomen tevreden rillend van de kou op mijn camppingstoeltje vast stel dat het wel goed gaat komen met moeder en kind.

Gelukkig mogen we de volgende ochtend met de snelboot terug naar de wal en de beelden op internet in combinatie met het verslag van de kraamhulpen maakt dat ik niet het idee heb dat ik iets heb gemist. De kraamhulp heeft gevoeld en heeft het idee dat het een meisje is. We verheugen ons in de auto op de kennismaking met het grote wonder. Denk aan de ijsscéne van Bambi, herinner je de oren van Stampertje en de zoete geur van een pasgeboren baby en leg daar overheen een zachtbruin donzen vachtje. En dat staat dan te wiebelen bij ons in de wei. Nieuwsgierig bekijken we elkaar onder toeziend oog van moeder Luna. Geen van de paarden en ponies accepteert ze dichter dan 10 meter in de buurt, maar wij mogen gelukkig aaien en bewonderen zoveel we willen. We noemen haar Benada (kraamhulpen ben+ada) en ik ben zo vol van het wonder dat wanneer ik na drie dagen een klein slurfje opmerk dat onder de buik van het veulen hangt ik een miliseconde lang dank dat het veulen verwisseld is. Daarna treft met een flits het grote inzicht mijn brein, het is een hengstje! Dus bij deze, het is een jongen en we noemen hem Ramon.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Blijf!

‘Kijk, als je hond dát mag doen dan stel je als baas natuurlijk geen fuck voor!’ ‘Ben jij even blij dat ze het niet tegen jou heeft’, zeg ik tegen de hondenbaas naast mij. Samen bekijken we met interesse en grote opluchting dat het niet ons betreft de betrapte blik van de derde hondenbezitter op het veld. ‘Hij moet toch plassen!’ werpt hij tegen. Ja, knikken wij als toeschouwers, plassen! ‘Nee, nee, nee!’, werpt onze juf tegen, ‘jij bepaalt wanneer hij mag plassen! Jij bent de baas! Toch?’ De betrapte hondenbaas kijkt alsof hij zélf alleen nog maar durft te plassen op haar commando. Zijn hond heft nu er toch niemand naar hem kijkt nog maar even een pootje. ‘Dit is je laatste les! Ik kan toch kwalijk elke dag op je nek komen zitten!’ Met een stralende blik kijkt hij haar aan met hondstrouwe ogen ‘Als dat zou kunnen!’ De man naast mij kijkt naar haar benen, ze heeft dezelfde laarzen als ik maar háár benen zijn in leer gehuld. ‘Ja’, beaamt hij zachtjes, ‘als dat zou kunnen…’

Josje en VanGent zijn bijna één jaar oud en zijn samen inmiddels bijna twee keer zo zwaar als ik en ze luisteren ongeveer net zo goed als mijn kinderen. Als het ze niet uit komt horen ze het gewoon niet. Wanneer ik Brenna naar bed breng en ik in haar donkere kamer een smak maak over haar speelgoed; ‘Ja, maar ik wist niet dat je bedoelde dat ik dít speelgoed moest opruimen!’ Ik ben ook niet consequent genoeg bedenk ik mij plat op mijn rug, zacht kermend trek ik een plastic poppetje uit mijn sok in de hoop op een accuut opvoedend effect.

‘s Morgens loop ik met Josje en VanGent naar de brievenbus, VanGent kuiert de laatste dagen naar het midden van de weg om eens rustig te bekijken welke auto daar nu zijn kant op komt snellen. Na drie dagen krijg ik de indruk dat de overburen rond 7.15 uur klaar gaan zitten achter het raam om naar het theaterstuk voor twee honden en één vrouw te kijken. Terwijl ik roep en schreeuw loopt VanGent achterwaarts steeds verder van mij vandaan. Josje danst intussen enthousiast om mij heen. Een schooltaxibusje stopt, beide honden rennen in rondjes om het busje. De kinderen in het busje zitten met hun neus platgedrukt tegen het raam te zwaaien. Ik gebaar de chauffeur om vooral weer te gaan rijden, Josje en VanGent maken aanstalten om de eenzame fietser die aan komt rijden intens te begroeten. Ik weet VanGent bij zijn halsband te grijpen en sleur mijn eigen gewicht aan hond van de weg af. Josje danst om mij heen. Ik maak een wegwerpgebaar naar het raam van de overburen en pak de gevallen kranten.

Kwijlend zitten de zwarte monsters voor de schuifdeuren te wachten op hun brokken. Beide ploffen voordat ze hun bak krijgen voorbeeldig in de zithouding. Dit heb ik ze uit lijfsbehoud al vroeg geleerd en het stemt mij bij iedere voerbeurt tevreden. Ze kunnen wel iets! Dan pak ik de krant en lees een akelig bericht in De Gelderlander. Honden bijten reeen dood. Vooral drachtige hindes blijken het slachtoffer van honden die op zwerftocht gaan door het bos. Ik denk aan de reeen die ik tijdens mijn wandelingen met Josje en VanGent tegen kom. Iedere ontmoeting heeft die magie van een klein wonder. En nee, op die momenten horen Josje en VanGent natuurlijk te luisteren. Niks geen gejaag. Ik besluit drastische maatregelen te nemen. We gaan naar school!

Zodoende sta ik op een grasveldje ergens achteraf. Te bereiken na een hobbelige rit over een zandpad om kennis te maken en inderdaad neemt u maar één hond mee en dan kijken we wel hoe het gaat. De keus is op VanGent gevallen vanwege zijn brievenbus gedrag en zijn onnozele blik. De beide andere bazen zijn gevorderde puppycursusvolgers en hebben hun pup geroutineerd naast zich liggen aan de lijn. We moeten een rondje lopen met de hond aan de slappe lijn. VanGent doet het keurig. Rechtomkeert, linksomkeert, VanGent doet het keurig. Zitten na het rondje gaat als vanzelf. Na het plasincident kijkt onze juf ons blij aan en stelt ons voor om ‘blijf en weglopen’ te demonstreren. Eén voor één moeten de honden gaan zitten en blijven zitten terwijl de baas een stukje weg loopt. Ik ben als laatste aan de beurt en verontschuldig mij alvast ‘Ik geloof niet dat hij hier een notie van heeft hoor’. ‘Probeer het maar’, zegt de juf. VanGent gaat zitten en ik zeg ‘Blijf!’ ik draai mij om en loop naar de andere kant van het veldje en verwacht ieder moment een zwarte streep hond zoals iedere ochtend wanneer we gaan wandelen. Ik draai mij om en aan de overkant kijkt VanGent mij aan zoals Brenna dat doet wanneer ze onverwacht zelf een woord voorleest uit een boek en ze mijn verbazing opmerkt en dan trots zegt ‘Wat nou?’ ‘Kom maar VanGent’, roep ik en doodgemoedereerd hobbelt hij over het veld naar mij toe. ‘Een toevalstreffer!’, verontschuldig ik mij. Maar na drie rondes waarbij de gevorderde pups tot grote frustratie van hun baas allerhande capriolen uithalen blijft VanGent een rots in de branding. ‘Het is net zoiets als bij de tandarts’, probeer ik nog, ‘dat je geen kiespijn meer hebt als je daar bent’. Verward kijkt de juf mij aan. ‘Wat wil jij nog?, vraagt ze mij. VanGent zucht diep, gaat liggen bij mijn voeten en kijkt met een lodderige blik omhoog. ‘Wat nou?’, zeg ik.

Thuis ben ik nog steeds niet van mijn verbazing bekomen en besluit maar eens bij de kuikens te gaan kijken. Een uitstekend recept om geestelijk in balans te komen. Samen met Marit en Brenna bewonder ik de vier kuikens, we aaien ze en laten ze weer los. Ik kijk op en zie VanGent en iets zegt mij dat een vervolgcursus misschien toch een heel goed plan is.

 

Posted in achterhoek, josje en vangent | Leave a comment

veulen

Op 6 mei om 22.45 uur geboren hengstveulen Ramon. Moeder en zoon maken het goed. Ramon heeft vanmiddag in de wei gestaan. Moeder Luna mept alle paardachtigen flink uit de buurt, mensachtigen mogen aaien.

 

Posted in achterhoek, paard en pony | 5 Comments

Flubberbillen

‘Heeft ze al flubberbillen?, Lekt ze al melk?, Heb je camerabewaking?’, of gewoon; ‘Heb je al een veulen?’ Dagelijkse vragen op dit moment. Behalve vragen ook adviezen, ‘Ieder half uur even kijken, Je kunt haar een band omdoen die waarschuwt als ze weeen krijgt, Je moet haar niet meer in de stal zetten hoor’. Maar met stip boven aan toch steeds de vraag, liefst terwijl de vragensteller over mijn schouder de omvangrijke buik van onze pony Luna bekijkt, ‘Hoe is het? Al een veulen?’. Duuuh! Kijk die buik! denk ik dan, maar ik zeg het niet. Braaf vertel ik dat een paard 4 weken over tijd mag zijn, dat ik niet ieder half uur ga kijken (maar ik ben steevast na de boodschappen heel nieuwsgierig of ik bij thuiskomst het veulen zal aantreffen), dat ze nog geen flubberbillen heeft en nee, ook geen melk lekt.

Ze maakt een buitengewoon ontspannen indruk. Heel relaxet stapt ze ‘s morgens uit de stal (ja, ze staat gewoon op stal ‘s nachts) naar de wei. Ze staat wat platter op haar hoeven, maar ik ken geen zwangeren die dat niet hebben en er past met geen mogelijkheid nog een zadel om die buik dus heeft ze zwangerschapsverlof. Op 13 april was ze uitgerekend en inmiddels zijn er 14 dagen omgevlogen. De eerste eikenbomen krijgen eindelijk blad, de merel broed in de nok van de schuur, koolmezen hebben vogelhuisjes in gebruik genomen. De tuinbonen beginnen te groeien, de sla is bijna oogstbaar, de spinazie is door de droogte een mislukking. De meisjes hebben vakantie en ergens op een onbewaakt moment heb ik voor begin mei een korte week Terschelling geregeld. Camping met tent, Ada en Ben in ons huis die dan blij kunnen kijken naar het veulen. Geen veulen.

‘Ha’, grinnikt de deskundige van de flubberbillen (een hormoon zorgt vlak voor de bevalling voor losse spieren en banden), ‘je zult zien dat je je hielen nog niet gelicht hebt en dan komt het veulen, zo gaat dat altijd’. Wanneer de dierenarts onder de belangstellenden optimistisch twittert dat het vast pas komt met volle maan (3 mei) ben ik er zeker een half uur behoorlijk chagerijnig van. Als er nu iemand vraagt of het veulen er al is zeg ik ‘Nee, maar de kraamhulp wel’. Ada heeft heel wat mensenbabies geboren zien worden en daarna gekraamd en toeval bestaat niet, toch?

Maar ik ga haar elke dag bellen en dan vraag ik ‘Is het veulen er al?’

 

Posted in achterhoek, paard en pony, Uncategorized | 1 Comment

Na ijsheiligen

‘Je zet ze toch nog niet buiten?’, verontwaardigd kijkt ze
mij aan over de bak met jonge spul in haar handen. ‘Nee, nee, nee’, protesteer
ik, ‘ik bedoel dat ik ze over drie weken pas buiten zet’. Aarzelend staat ze
met haar kostbare schat in mijn tuin.
‘Pas na ijsheiligen, dat weet je toch?’ Vorsend kijkt ze mij aan. Ik sta
met gestrekte armen te wachten op de bak met de potjes. Ze aait ze nog net niet
over de jonge behaarde blaadjes bij wijze van afscheid. Wanneer ik haar aankijk
heeft ze de blik die ik de afgelopen twee weken iedere ochtend zie wanneer ik
de klep van het broedhok van mijn krielkippen open maak. Vastbesloten zitten
daar twee dames gezusterlijk naast elkaar op de eieren van vier dames te
broeden. Om de eierbult niet tot onbebroedbare proporties uit te laten dijen
haal ik nieuw gelegde eieren ’s morgens uit het hok. Twaalf eieren heb ik
zorgvuldig voorzien van een zwart kruisje om mij in de drie weken erna niet te
vergissen. De dagelijkse controle gaat niet zonder slag of stoot, beide dames
kijken mij ’s morgens licht krankzinnig aan en aarzelen niet om mij hard in
mijn handen te pikken. Eerst til ik ze 
op en zet ze buiten bij het voer dat ze niet kunnen weerstaan. Snel
grissen ze her en der een korreltje weg terwijl ik de eieren controleer en die
zonder kruisje meeneem. Ze zijn nog warm.

‘Loslaten!’, zei  ze
vorige week nog tegen mij toen we onze moestuinplannen bespraken en onze
kinderen. Daar denk ik op het verkeerde moment aan met het warme eitje in mijn
hand. Tsss, loslaten. Alsof je een ober met zijn handen vol borden verzoekt
eens in zijn handen te klappen. Zou hij daarna gaan tobben dat hij wel erg
weinig enthousiasme vertoont? Na het woord ‘loslaten’ kijk ik minstens zo geagiteerd
als mijn krielkippen en nu ik met het warme ei in mijn handen sta snap ik het
ineens. Loslaten voelt als laten vallen en dat ben ik eerlijk gezegd niet van
plan. Kinderen zijn tomatenplantjes, van de eerste leer je dat je ze niet veel
moet verwennen, van de laatste denk je dat je het aardig door hebt. Je zorgt
voor voldoende warmte en als het tijd is om ze buiten te zetten dan doe je dat
vorstvrij. En wanneer je ze uit logeren stuurt dan beoordeel je de vaardigheden
van de ontvangende partij zorgvuldig.

‘Je moet ze loslaten’, zeg ik tegen mijn moestuinmaatje
terwijl ik het kistje met de tomatenplantjes uit haar handen overneem. Ze kijkt mij argwanend aan en ik leid haar af  met het eerste dat mij te binnen schiet; ‘Help mij onthouden dat ik je straks wat eitjes mee geef.’ Laat de kippen het maar niet horen…

Deze blog verschijnt binnenkort in de nieuwsbrief van www.simplifylife.nl
Posted in achterhoek, Diversen | 1 Comment

twitterkennis

Wim de Bie (@wimdebie) wil graag nieuw haar maar neemt pas een groeimiddel wanneer hij een kikker met een snor op zijn rug ziet. Wijkagent Jack Witmarsum (@polhengelo)treft feestganger van Broekuut feest aan die al fietsend op een mondharmonica speelt. Dat is op zich geen overtreding maar die mondharmonica was van de band. De beste man had hem weggehaald van het podium en dat mag dan weer niet. En wat te denken van de kleine vuurvlinder die helemaal los komt maar absoluut niet verward hoort te worden met de oranje berkenspanner volgens @VroegeVogels? Achternichtje Myrthe (@myrthebrak)maakt zich zorgen over haar goede been, een mij bekende loopster mag weer 4×1 minuut gaan hardlopen, Ico (@icokloppenburg) wordt 50 (maar stuurde Jan geen uitnodiging) en ik volg trouw al het nieuws uit de Achterhoek (@dgachterhoek) dankzij twitter.

‘Nee, nee, ik twitter niet’, reageert mijn dierbare vriendin Jolanda, ‘Ja’, beaamt haar zoon van 13, ‘je wilt toch niet weten dat een klasgenoot onder de douche staat?’ Zijn zus knikt bevestigend waarvan hij even stil valt en ze vult aan ‘Er zijn er bij die laten weten dat ze nu op de wc zitten!’. ‘Maar die kun je ontvolgen!’, leg ik uit. ‘Maar je kunt er aan verslaafd raken’, weet Jolanda, ‘ik heb geen tijd voor een verslaving. Toch?’

Hoe leg ik uit dat ik het wel geruststellend vind wanneer ik een tweet lees van de wijkagent dat er een grasblazer is ontvreemd bij de tennisvereniging en dat dan in een tweet van twee dagen daarna staat dat de grasblazer weer gevonden is? En dat er soms twitterspreekuur is bij de burgemeester en dat de krant dat test en er achter komt dat de burgemeester geen antwoord twittert.

Of de hotdog van Sandra (@sisa4) dan (zonder broodje). Hoe had ik het geweten zonder twitter? Ik weet nu dat dochter Ymkje (@kiwiym) in Nieuw Zeeland mooie dingen ziet in het Abel Tasmanpark en dat zoon Jelle (@jellelugten) de Puy de Dome fietst in de sneeuw en van de kou niet kan remmen (en hij twittert dat dus hij is alweer veilig in het hotel van zijn ploeg).

Twitter is echt reuzehandig voor wie wil weten of onze pony Luna al een veulen heeft. Ze was uitgerekend op 13 april en of er al wat is? Kijk maar op @FeikjeBreimer. Jolanda volgt al! (@JolandaBlanken1)

Enne, Wim de Bie, de snor zal deze zomer trending zijn. Donald (@DonaldDuckNL) weet het.

@DonaldDuckNL Volgens @dagobertducknl wordt deze zomer de nepsnor helemaal hipperdepip! Koop er dus snel eentje bij zijn Snorrenpaleis! #snor

Posted in achterhoek, Diversen | Reageren uitgeschakeld

paardentaal

‘Let op je linkerhand! Kijk, daar heb je het al, ze komt door je rechterbeen heen! Zo valt ze door de bocht en zet ze haar hele achterhand scheef neer! Linkerheup iets naar voren en een beetje fiemelen met je ringvinger. Zo ja. Been! been! Nee, nee, niet te veel. Voor je het weet loopt ze achter het bit. Daar staan die Friezen bekend om…’ Het waait en de wind blaast in mijn oren en ik heb er plezier in. Hinke ook. Ondanks de wind in háár oren die gezien de omvang (heel netjes en elegant voor een Fries, maar evenzogoed nog veel groter dan mijn handen) een oorverdovend geluid zullen opvangen. Volgens mijn oom Kees die idolaat is van deze oren komen ze van Peke die wijd en zijd bekend staat om zijn elegante gehoorschelpen. Dan krijg ik een mailtje van de eigenaresse van Hinkes moeder; Griet.

Mét foto. Inclusief oren. En grassprieten in haar mond. Dat zou mij ook gebeuren wanneer ik Hinke in zulk hoog gras zou fotograferen. Vermoedelijk zou haar hoofd niet eens op de foto te zien zijn, maar diep met haar neus en oren in het hoge gras verdwenen zijn.

De oren van grootvader Peke of moeder Griet draaien als radarschotels heen en weer op haar hoofd wanneer ik haar voor mijn rijles eerst longeer in de wei. Dat een paard mens verstaat vind ik een wonder. Ho! is inderdaad stoppen en ‘rustig’ begrijpt ze ook, bij ‘op!’ gaat ze sneller en het woord ‘Galop!’ moet ik daarna met een duidelijke G uitspreken anders lijkt het op ‘Op!’ en vliegt ze in draf door de wei. Wanneer er een buitenformaat trekker over de weg rijdt draait haar ene oor die kant op en het andere blijft gericht op mijn stem. Ze werkt graag en hard en laat dat in het begin vooral merken door haar snelheid op te voeren, maar de eerste weken voel ik daar nog niet zoveel voor. Het is nu precies een jaar geleden dat ik mijn stuitje brak bij de val van onze pony en het voelt soms nog alsof dat gisteren gebeurde. Dus terwijl ik haar niet door mijn been mag laten lopen en ik pogingen doe om soepel te zijn in mijn bekken (‘Achterin zitten! Achterin!) krijg ik vooral les in vertrouwen. ‘Als ze maar niet stijf is aan haar linkerkant’, oppert mijn rijjuf bezorgt. Terwijl ik wat fiemel met mijn linkerhand vraag ik van Hinke haar hoofd naar links te buigen terwijl ze stil moet blijven staan. Na twee pogingen heeft ze het door en zwaait haar neus naar de punt van mijn laars. Andere kant ook? Andere kant ook.

‘Moet je nou toch zien hoe soepel ze is!’ constateert mijn juf tevreden. Nee, de enige die stijf is dat ben ik . Maar als ik net zo snel leer als Hinke dan komt het wel goed. Dan stelt mijn juf iets voor waar ik even van moet slikken. ‘Leen volgende week mijn trailer maar en kom naar mij toe, dan doen we zondag een buitenrit over het Hengelse zand. Met een stel paarden tegelijkertijd sluiten we je gewoon op en dan gaat dat makkelijker dan in je eentje.’ Opsluiten? Juist ja. Ik knik en bedenk mij weer hoe knap Hinke is dat zij mens verstaat terwijl ik met sommige termen nog steeds moeite heb om ze te begrijpen.

Posted in achterhoek, paard en pony | 3 Comments

gewichtsklasse

Op de balustrade boven de receptie van de dierenarts bekijkt een vrouw grinnikend mijn pogingen om de beide reuzenpups te wegen. Josje is kleiner dan haar grote broer maar vooral ook slimmer. Na 1 koekje weet ze precies wat de bedoeling is. Op de weegplaat gaan staan en beloning gretig in ontvangst nemen. VanGent wil alles behalve op die plaat staan en steeds wanneer ik hem lok met een koekje springt Josje er tussen en hapt naar het koekje. Zo begrijp ik na jaren met terugwerkende kracht waarom ik bij meester Hordijk ondanks dat ik steeds mijn vinger in de lucht stak niet steeds het antwoord op zijn vraag mocht geven. Toen was mijn teleurstelling niet minder dan die van Josje die nu zelfs pogingen onderneemt om VanGent weg te dringen van de weegplaat. Maar na wat geworstel weten we zo’n beetje het gewicht van broer en zus. Samen 100 kilo hond van 10 maanden oud.

Hoe het gewicht van de overige levende have te bepalen? Ik krijg visioenen van Hinke die voor een hap hooi op de weegplaat springt. Maar nee, samen met de dierenartsassistente schatten we de dieren op een totaal van 1400 kilo paard. Te verdelen over Fries Hinke (550 kil0?), shet Nina (een mager ding van 150 kilo?), Boefje (massief type van 200 kilo?) en New Forest Luna (hoogdrachtig en ergens tussen Hinke en Boefje in?).

Gewapend met ontwormingspasta, ontwormingspillen en anti-vlooien- en tekenpipetjes kom ik thuis. De reden voor al dat wegen en schatten van gewichten. Josje en VanGent ontwormen is een eitje, of worstje kan ik beter zeggen. Ik snij twee forse plakken worst af, kerf in beide plakken een paar gaatjes voor de toe te dienen pillen en fluit de zwarte monsters. Afhankelijk van hun locatie in tuin of wei komen er dan twee zwarte strepen door het gras geraasd of dwars door de moestuin (dag lief klein tuinboonplantje). Wat heel handig is is dat ze na hun eerste kennismaking met schrikdraad iedere vorm van draad nadrukkelijk vermijden. Inmiddels heb ik een ingewikkelde constructie rond nieuw ingezaaid gras en moestuin aangelegd en zijn er nog wat jonge tuinboonplantjes over. Ik fluit ze en langs de draad komen ze daar aangesneld en plof! Vlak voor mijn voeten komen ze samen met een dreun tot stilstand. ‘Worst!, worst!, worst!’, voor worst gaan ze beide synchroon zitten. Een noodzakelijke vaardigheid die ik de honden rond de 30 kilo al heb aangeleerd. Het is geen pretje om door 60 kilo hond onderuit te worden gelopen en nu bij de 100 kilo ben ik blij met die vooruitziende blik. Hap, slik, weg. Beteutert kijkt VanGent om zich heen. Net was die worst er nog en nu is alles weer weg?

Paarden en ponies lusten geen worst. Je kunt ze voor een wortel wel leren zitten maar daar heb ik mij nog niet in verdiept. Hun ontwormingsmiddel zit in een soort mini kitspuit met een schroef eraan waarmee je de dosering kunt aanpassen naar het aantal kilo’s dat het beest weegt. Het is de kunst dit achter in de mond van je paard te mikken. Het is mij al gelukt dit op het mikmoment ver het gras in te spuiten, in het linkeroor van Boefje te werken en gewoon op de grond laten vallen. Maar dat was vorig jaar en inmiddels lukt het mij om het grootste gedeelte binnenboord te krijgen en veel minder van het kleverige witte spul op mijn handen.

Josje en VanGent bekijken de handelingen van een veilige afstand. De shets waren nog min of meer van hun eigen formaat (nog 10 cm hoger en VanGent kan in het shetstamboek als shetlander middenmaat) en Luna namen ze voor lief maar sinds Hinke haar machtige hoeven op het erf heeft neergezet bekijken ze haar argwanend. Dat is wel een heel erg groot zwart wezen. Als Hinke in haar stal staat en Josje staat nog binnen neusbereik dan wil Hinke best kennismaken met haar. Trillend op haar benen laat Josje heel even aan zich ruiken maar kiest er dan toch voor om alles van een grotere afstand te bekijken. VanGent staat dan om de hoek van de stal met zijn kop om de muur te wachten tot ze weer bij hem is. ‘s Avonds staat Hinke meestal te wachten bij het hek in de wei. De enkele keer dat ze er nog niet aan gedacht heeft fluit ik haar. Dan komt ze aangegallopeerd. Ongeveer 550 kilo paard in grote vaart. Elke keer verbaas ik mij over hoe snel ze vanuit die vaart tot stilstand komt. En ik haal opgelucht adem. Misschien toch maar eens gaan oefenen met een wortel.

 

 

Posted in achterhoek, josje en vangent, paard en pony | Reageren uitgeschakeld

kraamkoorts

Beppe (mijn Friese grootmoeder) was 90 jaar toen ik met haar sprak over zwanger zijn. Ze legde haar hand op haar buik op de plek waar ze de voetjes voelde van de baby die nu mijn vader is. Zoiets maakt indruk.

Ik kan van minuut tot minuut vertellen hoe de bevalling van mijn oudste dochter verliep en van mijn zoon en de twee jongste meisjes. Dacht ik na de eerste dat het wel heel toevallig was dat alle vrouwelijke kraambezoeksters hun bevallingsverhalen nog zo levendig konden navertellen. Iedere kraamverzorgster kan je vertellen dat dat tamelijk normaal is. Die verhalen, de details over duur en bloedverlies, verloskundigen die te laat komen en mannen die onderuit gaan. Nu is de jongste inmiddels bijna zes en ik dacht dat het wel zo’n beetje over zou zijn. Niet dus.

Onze pony Luna is drachtig. Bijna elf maanden nu. Er blijkt een hele markt te zijn met geboortemelders, stalcamera’s en bevallingskoffers. Je kunt een smsje krijgen wanneer je paard gaat liggen, een tv scherm naast je bed plaatsen om het paard voortdurend te kunnen volgen. En je kunt een pretecho laten maken. Oke, die echo is om zeker te weten of de pony drachtig is (onze hengstenhouder werd wat kribbig na de eerste 2 mislukte pogingen) en de pret komt er dan vanzelf bij. Zo’n schermpje met in grijstinten een levend wezen dat heen en weer springt roept toch herinneringen  bij mij op.  ‘Prachtveulen!’, constateerde de echoman en dat was het. Dacht ik.

Met mannen en zwangerschappen is het altijd wat behelpen tot ze de techniek ontdekken. Enthousiast drukken ze op telescoopstangen van kinderwagens en verdiepen zich in veilige auto’s. Wanneer ik op een middag thuis kom demonstreert Raymond met grote trots zijn zelfgebouwde camerasysteem. Zolang Luna in haar stal maar niet in de rechterachterhoek gaat staan kunnen we haar steeds zien op het scherm. Als het licht is. ‘Maar kijk!’, Raymond drukt op een knopje waardoor er licht schijnt in de stal. Wanneer ik door het keukenraam naar buiten kijk zie ik het lampje aan en uit schieten alsof er disco is in de stal. ‘Nou, dat zal die bevalling vooruit helpen!’ kan ik niet laten om te zeggen.

De boer verderop vertelt mij in geuren en kleuren over veulens die niet komen en veulens die wel komen maar stikken in het vruchtvlies. De moeder kan zomaar dood blijven liggen in de stal en het veulen soms ook.

Wanneer onze oudste shet haar chip krijgt van een onvervalste Achterhoeker vertelt hij mij iets waar alle overige commentatoren het unaniem over eens zijn. Pony’s en paarden bevallen snel. Heel snel. ‘Ik heb er veertig in de wei lopen en met een verrekijker kunnen we ze allemaal zien, maar in 20 minuten tijd is het gepiept! Ze werken keihard en je let even niet op en hup, dan loopt er weer een veulen in de wei.’

Een olifant is bijna twee jaar zwanger, een ezel een jaar, mensjes worden na 9 maanden geboren en bij paarden en pony’s duurt het een maand of elf en 20 minuten. Vandaar die geboortemelders, smsjes en tvschermen dus. Of je kunt in je auto naast de wei gaan slapen en een wekker om het half uur af laten gaan (vriendin van Ymkje deed dat bij haar pony). Want je wilt zo’n wonder natuurlijk graag van dichtbij meemaken.

Pony Luna geniet intussen van haar zwangerschapsverlof (het zadel past niet meer om haar buik) terwijl collega Nina dubbele diensten draait. Verder ligt ze zo nu en dan in haar stal helemaal gestrekt te rusten. (Ik ben blij dat ik geen geboortemelder heb, want je krijgt dus een smsje wanneer je paard gestrekt gaat liggen…) Ze heeft het loopje van een zwangere dame, schommelend met een buik die heen en weer wiegt bij iedere stap.

Raymond skypt vanuit een ver buitenland en vraagt ‘Hoe is het met Luna?’ ‘Nou goed, wat zou er moeten zijn?’, wil ik weten. ‘Nou, dat veulen, dat is er toch nog niet? Want daar wil ik wel bij zijn als het komt.’ Nicht Ada (en kraamhulp!) vraagt het voor de zekerheid ook nog even na, wanneer ze is uitgerekend. Marits juf van vorig jaar wil komen als ‘het’ er is en zo zijn er steeds meer aanstaande kraamgasten. Vervolgens krijg ik een uitgebreide mail met een serie naamvoorstellen van Raymond terwijl ik dacht dat hij zich met telecommunicatieachtige dingen bezig hield (nee, ik noem het veulen niet nokia of ericson).

‘Wie zien het wel meisje’, zeg ik tegen Luna wanneer ik haar ‘s morgens uit de stal haal en met haar naar de wei loop. Die vriendin van Ymkje in haar auto werd keurig ieder half uur wakker. Om 5 uur stonden ineens alle pony’s in een hoek van de wei te turen naar een veulen dat daar stond. Geboren terwijl ze sliep, een onvergetelijke ervaring.

Posted in achterhoek, paard en pony | Reageren uitgeschakeld