gedeelde kennis

Dit briefje heb ik vandaag aan de NRC redactie gestuurd:

Toen mijn zoon Jelle Lugten in Zuid-Frankrijk 2 jaar geleden tijdens een wielerkoers werd aangereden en zijn rug brak, een schedelbasisfractuur had, hersenbloedinkjes had en in een diepe diepe coma lag was ik bang en ongerust. Zoals iedere moeder zich dan denk ik voelt wanneer haar zoon in coma ligt.

Veel mensen waren samen met mij ongerust en belden of mailden mij en vroegen steeds weer  ‘Is er nog nieuws?’ Er waren ook mensen die niet belden of mailden maar wel op internet vertelden wat er met Jelle aan de hand was of wat ze dáchten dat er misschien
aan de hand was. Ik schreef al een blog en heb na enkele dag de blog gebruikt om op te schrijven hoe het echt met Jelle was en hoe het was om in Nice te zijn in een ziekenhuis waar alles anders is dan in Nederland. Van de artsen begreep ik dat zij zich vooral zorgen maakten om de mogelijke hersenschade bij Jelle.
Toen hij na een week uit coma kwam was hij dusdanig in de war en onhanteerbaar
dat hij opnieuw onder narcose werd gebracht. Ik maakte mij grote zorgen en was
erg ongerust.

Mijn moeder heeft toen contact opgenomen met mijn nichtje Jannetje Koelewijn. ‘Ze is getrouwd met de beste neurochirurg van Nederland, misschien kan hij er iets over zeggen.’ Die avond heeft  Kees Tulleken met mij gebeld. Hij wilde weten of Jelle nog bij kennis voordat hij in coma raakte, of hij had bewogen en nog een paar dingen. Toen zei hij dat hij op basis van zijn ervaring kon zeggen dat het weer goed zou komen met Jelle. Dit gesprek heeft veel voor mij betekent in een periode dat ik heb gevreesd voor het leven voor mijn zoon. Daar ben ik hem (en Jannetje omdat zij hem op de bank heeft gezet met de telefoon) nog steeds dankbaar voor.

Ik heb dit nieuws diezelfde avond op mijn blog gezet waar in die periode dagelijks ruim 1000 mensen het nieuws over Jelle lazen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

paardenfluisteraar

De rangorde in een kudde bepaal je als paard liefst zo snel mogelijk. Wat schoppen en slaan, wat gillen en bijten. Klaar. Daarna is er weer rust in de tent en dat scheelt een boel energie. Wanneer je in een kudde van drie de baas bent zoals Luna dat is over de twee shetlanders (Ze sloeg een gat in de muur van de vorige stal om haar punt te maken, zodoende buigen Boefje en Nina defoot het hoofd zodra ze maar één oor plat legt, minimaal gebruik van energie, meer gaten waren niet nodig), wanneer je dus de baas bent dan wil je dat dus blijven.

De eerste de beste dag dat Hinke ons erf betreedt heeft dochter Marit een paardenvriendin uitgenodigd. Ze arriveert wanneer de vier paarden en ponies net bij elkaar in de wei zijn gelaten. Luna loopt demonstratief op Hinke af draait haar achterste naar haar toe en slaat ondanks haar zwangere lijf vol overtuiging met twee benen vol achteruit. Hinke schuift twee pasjes opzij en graast onverstoorbaar door. Vol interesse volgt het vriendinnetje de manoeuvres in de wei. Draaien, voluit slaan, twee stapjes opzij en verder grazen. Telkens weer.

Dan is het moment gekomen dat de paarden naar de stal gaan en het vriendinnetje haar vader arriveert om haar op te halen. Het kind is niet weg te slaan bij de dieren dus ach, vader wil wel even wachten. Hinke heeft het druk met het rondsnuiven in haar stal, haar brokken, het hooi. Dan haal ik Luna, Boefje en Nina en zet die in hun nieuwe stal naast Hinke. Met een stevige muur ertussen valt er weinig te slaan dus Luna schakelt over op verbaal geweld. Ze hinnikt niet, ze gilt. Hard. Verbijsterd kijkt het vriendinnetje door de spijlen van de stal naar binnen. Zelf is ze een half jaar geleden verhuisd naar de Achterhoek en ze begrijpt mijn uitleg wel over kuddes en rangordes en vechten voor je plek, maar zij werd in haar nieuwe klas niet geschopt. ‘HIIIIIEEE!!!!’, gilt Luna opnieuw. Ze zegt ‘Donder op trut!’, leg ik uit. Het vriendinnetje knikt. Een beetje verstaander snapt dat het niet aardig bedoeld is. Maar na wat geschreeuw van één kant (Hinke heeft haar neus diep in haar voederbak, schelden doet geen pijn) waarbij beide shets zich in een hoekje van hun stal persen, goed uit de buurt van ontstemde Luna, gooit ze het over een andere boeg. ‘Bububu bubu’, zegt ze. ‘Eindelijk’, zeg ik tegen het vriendinnetje’, nu vraagt ze ‘Hoe heet je eigenlijk?’ Het vriendinntje knikt, uiteindelijk kreeg ook zij in haar nieuwe klas vriendinnen. Maar haar vader draait zich in opperste verbazing naar mij om en vraagt. ‘Begrijp jij paardentaal, kun jij communiceren met paarden?’

 

Posted in achterhoek, paard en pony | Leave a comment

moeder en kind

Het was zo’n ver van mijn bed documentaire in een Afrikaans land. Terwijl ik in de keuken bezig was keek ik nauwelijks en het was meer omdat ik de afstandsbediening niet bij de hand had dat ik het programma nog zag met een half oog. Zo’n moeder die er oud uitziet maar volgens de commentaarstem 25 jaar is en haar eerste vier kinderen al verloren heeft aan ziektes die we in Nederland nauwelijks zullen herkennen aan de verschijnselen omdat ze alleen nog maar voorkomen in de afkortingen van de inentingen die onze kinderen krijgen. DKTP BMR zoiets. Maar dan spreekt ze zelf terwijl ze met haar linkerarm haar vijfde kind vast houdt en met haar rechterhand de vliegen weg wuift. Dat er niets mooiers is voor een moeder als het eerste lachje van haar kind voor haar alleen en dat ze dat lachje van ieder kind voor altijd zal onthouden. Ik vergeet mijn vaatwasser en denk aan mijn moeder die mijn oudste dochter Ymkje voor zich uit hield en haar aankeek en vriendelijke dingen zei tegen haar en Ymkje die 9 weken oud haar eerste lachje lachte naar mijn moeder die begon te huilen zo ontroerd als ze was. O, en Jelle, Jelle die werkelijk al lachte toen hij 4 weken was en niemand die het wilde geloven. Stuipjes, tsss. Niks stuipjes. Marit die graag een lachje wilde geven maar het nog niet zo precies wist en dan zomaar kon gaan huilen en tenslotte Brenna met dat tandenloze mondje. Zo’n weerloos allesomvattend lachje en ik begrijp die Afrikaanse vrouw die nu naast mij staat in mijn keuken. Niks ver van mijn bed.

De Algerijnse vrouw die naast mij zat in de wachtkamer van het ziekenhuis in Nice. ‘Je spreekt goed Frans’, complimenteert ze mij. ‘Mais non!’, weer ik af. Maar ik heb haar inderdaad in het Frans vertelt dat Jelle nog maar 18 jaar is en helemaal in de war en op zoveel plaatsen kapot. En ik heb begrepen dat zij in de wachtkamer zit vanwege haar zoon van 42 jaar. ‘Het blijft altijd je kind, je kleine baby’, heeft ze ook gezegd, en ‘zo’n Hollandse moeder zo ver in het Zuiden wat zwaar’, en ze pakt mijn hand en samen zijn we moeder.

Dan de moeder van 72 jaar die in de revalidatiekliniek in Utrecht haar volwassen zoon dagelijks bezoekt. ‘Hij was altijd al eigenwijs, maar dat is nu tien keer zo erg!’, verzucht ze op een onbewaakt ogenblik. Ze begrijpt eigenlijk wel dat zijn vrienden maar sporadisch komen. Maar zij komt iedere dag en als niemand kijkt houdt ze even zijn hand vast en aait die tot hij hem weg trekt en zijn best doet om te doen of hij helemaal geen revalidant is.

Daar denk ik aan wanneer ik de winnende WorldPress foto zie. Wanneer Jelle mij de afgelopen week Skyped en ik aan zijn ogen kan zien dat het allemaal gewoon wat tegen zit daar in Zuid Frankrijk en hij dat ook probeert onder woorden te brengen in de 45 minuten dat ik zijn gezicht op mijn computerscherm wat schokkerig zie bewegen maar met toch dat scheve lachje zo op het eind van het gesprek. Ik denk er aan wanneer ik weet dat Ymkje in Hong Kong is. Ergens. ‘Ik heb 12 uur de tijd om Hong Kong in te gaan mam!’, vanwege haar tussenstop op weg naar Auckland. Ze spreekt helemaal geen Hong Kongs! Ik weet het zeker. Maar dan ineens is ze gearriveerd in Nieuw Zeeland en luncht ze met een Zwitser die ze aantreft in het Hostel waar ze tijdelijk logeert en ik heb haar vast wel gevraagd of ze daar in dat verre buitenland dan alsjeblieft niet wil gaan fietsen en of als ze dat toch doet ze dan misschien in ieder geval een briefje mee wil nemen waarop staat wie ze is. Mijn dochter.

De hele week klik ik zo nu en dan die winnende foto aan op internet en ik weet gewoon niet of ik dat doe vanwege het mooie beeld of zoals ik soms doe wanneer ik mij gestoten heb en over de pijnlijke plek wrijf. Als Raymond dan na zijn reis naar Brussel binnen 24 uur weer doorvliegt naar Jordanie voel ik mij een dag lang ontredderd en heb nergens zin in. Koken, bah.

Ik stel Marit en Brenna voor om samen naar ons favoriete pannenkoekenrestaurant te gaan. Brenna springt enthousiast op en neer op de bank en roept intussen ‘Ik weet dat het niet mag op de bank, maar ik ben zo blij!’. Samen met de kleine meisjes zit ik in een hoekje van het restaurant. Op mijn mobiel krijg ik een foto binnen van Ymkje die aan de andere kant van de wereld op het strand zit. ‘Uw cappucino’, kondigt de ober aan. Het koekje breek ik door midden. Marit en Brenna krijgen ieder de helft. ‘Jullie zijn de liefste kinderen van de hele wereld’, zeg ik.

Posted in Familie | 1 Comment

rondje slotsteeg

‘Van dat pad op en neer krijgen we het heen en weer!’, daarover zijn alle vrijdagloopsters het roerend eens. Ze zijn te aardig om het direct na zo’n training te zeggen. Maar nu er vandaag een rondje gelopen kon worden willen ze het nog wel even kwijt.

‘Maar die zachte ondergrond vandaag liep wel zwaar!’, vult één van de loopsters nog even aan. Zo vlak voor de voorjaarsvakantie wilde ik de laatste training in bossige gebied doen met gedeeltelijk zachte ondergrond en gedeeltelijk verhard. In een rondje zodat iedereen het eigen tempo kan lopen en elkaar toch niet kwijt raakt. Met bomen en beschutting aangezien ik bij de planning nog denk dat het vast zal gaan regenen.

Maar dat doet het niet. De zon probeert zelfs door te breken en hoe mooi de locatie ook is, we komen maar twee wandelaars tegen. Net als bij de training waarbij we de Kervelseweg op en neer rennen wil ik graag tempowisselingen. Twee korte stukken snel hardlopen, twee langere stukken praattempo en dan nog een stuk uitrusten door te wandelen of te dribbelen. En dat is lastig wanneer je dat niet gewend bent. Jezelf dwingen tot eeen hoog tempo dat oncomfortabel is om vervolgens terug te gaan naar een rustig tempo. Ik vergelijk die overgang met het van de snelweg afkomen en in een 30 kilometer gebied terecht komen. ‘Of je stil staat!’, beaamt de snelste loopster van vandaag, ‘niet te snel lopen na zo’n tempo is echt lastig!’. ‘Maar zo’n rondje is beter dan dat op en neer op dat pad’, herhaalt de eerste loopster voor de zekerheid nog een keer.

Een leuke training verzinnen. Het is een sport.

Posted in achterhoek, training | 1 Comment

Hinke

Jammer genoeg doet Caroline Tensen geen paarden, want Hinke kun je beschouwen als de paarden variant van Doutzen Kroes. Fries en mooi. Maar voor Doutzen maakt het niet uit wie haar grootvader is en voor Hinke wel. Ze won alle prijzen voor mooi zijn maar werd jammerlijk uit het Friese stamboek gekukeld nadat bij DNA testen bleek dat haar grootvader haar grootvader niet is.

Dit is net als bij mensen niet ongebruikelijk bij paarden. Wat moet je als fokker als je dure goedgekeurde hengst uuuh, niet zo vruchtbaar is? Een zwart paard is een zwart paard en soms was hulp van een andere zwarte hengst welkom. Sinds de DNA test is er wel het een en ander veranderd in de paardenfokkerij… Hinke is er niet minder Fries om. Wanneer ze als nieuwkomer in de wei van pony Luna een trap dreigt te krijgen schuift ze drie passen opzij en houdt haar neus ijverig tussen de laatste sprieten gras. Zo nu en dan draaft ze een rondje door de wei alsof ze nog steeds modeshows loopt en dan denk ik steeds aan wat oom Kees zei vlak voor hij weer terug naar Friesland ging en eigenlijk niet zo best afscheid kon nemen. ‘Ze maakt echt reclame voor het Friese paard hier in de Achterhoek’,  ik heb daardoor een week lang gedacht dat er vast mensen de oprit op zouden komen om te vragen waar ze vandaan komt en dat ik ze dan naar Friesland zou sturen naar oom Kees.

De enige die de oprit op is gekomen is de hoefsmid die zijn hand niet voor haar omdraait. Vergezeld door Boefje en Nina laat ze zich geduldig bekappen. Haar hoeven zo groot als soepborden tilt ze keurig op en wanneer de hoefsmid even bromt omdat ze te ver naar de deur schuift stopt ze daar direct mee. ‘Ze is braaf’, zegt hij, ‘maar alle paarden hier zijn braaf’. Ik sta daar dan naast te gloeien van trots al heb ik in de opvoeding van Hinke nog geen enkele hand gehad. Bovendien worstel ik al een paar dagen met het hek, de draad en de wei. Ze is het niet gewend om aan een touwtje mee te lopen. Met Luna kan ik achtjes voor en achterwaarts draaien en dan nog blijft ze rustig. Hinke raakt er van in de war, draait weer terug de draad in, ziet aan mij dat ik ongerust ben en trekt voor de zekerheid alvast achteruit en komt uiteindelijk wel mee maar het is behoorlijk slordig allemaal. Intussen is dan Nina allang uit de wei verdwenen en rechtstreeks doorgekoerst naar de stal. Na een week tobben besluit ik het over een andere boeg te gooien en ga uit van een paar feiten. Luna en Boefje lopen nooit uit zichzelf de stal in maar zoeken vers gras. Hinke wil liever niet alleen achterblijven (de enige keer dat ik dat gedaan heb liep ze in de wei in volle draf met ons mee en kwam onzacht in aanraking met de stalen draden van het hek, geen prikkeldraad gelukkig) en Nina gaat altijd direct de stal in. Dus nu gaan Luna en Boefje aan het touw mee, ik zet het hek open en daar komen dan Hinke en Nina achteraan. Los. Met het hart in mijn keel probeer ik het de eerste avond uit. Het is werkelijk of de paarden met een afstandbediening de stal in gestuurd worden. De tweede avond ga ik er vanuit dat dit weer zo zal gaan. Iedereen houdt zich aan de regie behalve Hinke die een paar meter voor de stal afzwenkt en uit het zicht verdwijnt. Luna draait zich in de stal om en steekt haar hoofd om mij heen en ik spring naar buiten en schuif de deur met een knal dicht voor haar neus dicht. Eén paard buiten boord is meer dan genoeg. In mijn gedachten is Hinke al ergens ver de weg op gerend. Toch roep ik haar maar. ‘Hinke!’

Het ziet er in mijn beleving volslagen belachelijk uit. Een vrouw met een halstertouw die een paard staat te roepen alsof het een hond is. Een dof gedreun en het schudden van de grond kondigt de terugkomst van Hinke aan. Met wapperende manen en klepperende hoeven komt ze in volle vaart terug en gaat in draf haar stal in. Ik sluit met trillende handen de schuifdeur.

En dan wil ik ook nog op haar rijden!, bedenk ik mij bezorgd. In Friesland gebruikt mijn oom nog steeds het oude tuig van mijngrootvader die al Friezen had. Er is een foto waarop mijn grootmoeder trots naast hem zit op de Friese sjees. Vanaf dat ik paard kan zeggen droomde ik vaneen eigen Fries. Nu de droom stampend en wel voor mijn huis in de wei draaft denk ik aan mijn grootvader. Ik weet ontzettend zeker dat het echt mijn grootvader is. Ik heb dezelfde bruine ogen en de rechte neus, maar o wat zou ik wat van zijn paardenzekerheid gehad willen hebben en dat mijn hart weer uit mijn keel verdwijnt iedere keer wanneer ik mij bedenk dat ik met haar zal gaan rijden. Was ik als kind nog onbevangen en heb ik tot mijn 19e zorgeloos paardgereden, nu is mijn moed net zo ver weg weggezakt als het ijs in de kikkerpoel.

Het is een eenvoudige optelsom. Droom + werkelijkheid = ramp. Als Caroline nu een nieuw programma gaat doen ‘Help mijn droom komt uit’, dan mag Doutzen assisteren en dan kijkt niemand naar mij terwijl sta te stuntelen met Hinke. Die nooit een stap verkeerd zet en als ze dat toch doet dan zeggen we gewoon ‘Dat heeft ze van haar grootvader, beetje vreemd type’.

 

Posted in achterhoek, Familie, paard en pony | Leave a comment

Puur geluk

Puur geluk heeft toch wat verontrustends. Iedere schaatser die vandaag met zijn schaats in een scheur terecht kwam en wat dan ook brak en bij de EHBO op de rest van de dag wacht snapt dat.

Vandaag is de mooiste dag van de week. Eerst onwennig op het ijs, dan koortsachtig plannen van tochten en tijd en die schaatsen passen niet dus wat doen we? Dan raak ik aan het ijs gewend, heb ik twee tochten geschaatst. De meisjes hebben passende schaatsen en ik tref in de winkel 2ehands klapvikings aan die wonderwel passen (ik heb nog nooit 200 euro uitgegeven aan iets dat 2ehands was!), ik heb zelfs een nietschaatsdag gehouden en Ymkje is veilig terug uit Wenen en past mijn oude schaatsen en dus sta ik dan zomaar op een zonnige dag op het ijs van het Veluwemeer met al mijn dochters en manlief en ik denk niet aan scheuren in het ijs en natuurlijk gaan we in de rij voor startkaarten.

We hebben nog geen kilometer afgelegd of we zitten al aan de chocomel en de gevulde koek en deze dag gaat het niet om afstand of snelheid. Marit houdt Raymond hand vast en Brenna houdt afwisselend mijn hand vast of zit op de slee waar ze luidkeels Sinterklaasliedjes zit te zingen en Ymkje maakt daar dan weer foto’s van. Raymond valt samen met Marit en ze staan lachend samen weer op zoals alle mensen die ik vandaag zie vallen. Een lang lang lint van mensen op weg van Elburg naar Kampen en weer terug.

Wie zal het opvallen dat de twee kleine meisjes beide een helm dragen? Wie weet dat ik ‘s nachts soms wakker wordt en voorzichtig de gedachte toelaat dat ik wel hun moeder ben maar daarmee nog niet de macht en de kracht heb om ze te behoeden voor vallende dakpannen, loslopende beren en scheuren in het ijs. Dat ik wanneer ik met de meisjes op de schaatsbaan ben en terwijl ik daar ontzettend van geniet ik intussen al tien keer een film in mijn gedachten heb gezien waarop Marit met haar hoofd tegen het ijs slaat. Niet Brenna, want die houd ik vast aan haar hand…Dus die twee helmen leveren een enorme bijdrage aan het pure geluk van deze dag.

Overigens slaap ik deze week als een marmot door al dat geschaats. Maar goed wat ik dus nog graag wil is dat ik het idee dat als het bestek maar op de juiste plek ligt in de vaatwasser en als Raymond maar precies op mijn manier de slagroom klopt en als ik alles wat ik maar enigzins kan beinvloeden helemaal beheers en wanneer dat dan allemaal lukt dat er dan geen rampen geschieden van enig formaat, dat idee wil ik dus nog graag kwijt. En dat ik dan ‘s nachts wakker wordt en mij dan omdraai in bed en dat ik dan denk dat het allemaal gewoon goed gaat met Jelle in Zuid Frankrijk en Ymkje straks in Auckland en Marit en Brenna met hun helmpjes op hun hoofd ook als het bestek achterstevoren ligt. Maar dat zou puur geluk zijn. Best eng.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

oergevoel

De vorige keer dat we over deze dijk fietsten kwam er een doodenkele auto voorbij. Nu staan van voor tot achter op de fietspaden, de berm en daar weer achter rijen en rijen auto’s geparkeerd. We dachten een redelijk strakke planning te hebben maar kwart voor negen werd kwart over negen en welk startpunt moeten we nu nemen en in anderhalf uur moeten we toch op het ijs kunnen staan was twee uur geleden en er staan niet alleen rijen auto’s voor de Rond de Wiedentocht. Bij de inschrijving staat een lange kleurige rij mensen en vanwege de tijd stappen we dan maar zonder startkaart op het ijs. Wel of geen dikke jas en zou het met de blaar goed komen? Schaatsen vast binden, beetje struikelen, wat stuifsneeuw door en dan het vers geveegde ijs op. Weg tijd. Weg blaar. Weg alles.

Het geluid van die schaatsen waar zelfs het klappen van de klapschaatsen al vertrouwd deel van uitmaakt. Het geschraap in de bochten, de vrieslucht die anders ruikt. Knapperig en ijzerachtig. Dan de grote kluunplaats met rollen tapijt over het ijs, het talud, de weg en dan weer terug naar beneden. De automobilisten die door de verkeersregelaar zijn tegen gehouden en gelaten op hun stuur leunen en de onafzienbare rij schaatsers voor zich langs zien waggelen als pinguins, bonte pinguins die wat onhandig van het tapijt afstommelen en dan struikelend ‘Pas op al die strootjes!’ weer overvloeien in de gracieuze slag voor slag over het ijs. Het eindeloze ijs met daarboven de blauwe lucht.

‘Het is zo’n oergevoel’, legt Raymond uit. Ja, ja, knik ik. En we zijn de enigen niet met dat gevoel. Bij de laatste stempelpost staat er weer een enorme rij die wij kunnen overslaan. Geen medaille maar een prachtige herinnering. En net op tijd thuis om de meisjes van school te halen die als vanzelfsprekend hun schaatsen pakken om ‘s middags naar de schaatsbaan te gaan.

Posted in Familie | 1 Comment

moordkippen

‘Ik dacht, pik dan toch terug!’ vertelt de boer wat gegeneert. ‘Zo’n haan die zich door een stel kippen op de kop laat zitten… Maar toen lag hij dus ‘s morgens in de hoek’.

‘Wij hebben een nieuwe haan nodig!’, reageert de boerin spontaan wanneer ik vertel dat ik twee hanen heb en dus eentje te veel. ‘Wij hebben geen haan meer en als biologische boer hoor je bij kippen een haan te houden.’ ‘Maar wat is er dan gebeurd met de vorige?’wil ik nu toch wel weten. ‘Hij is vermoord’, de boerin slikt en stopt met het afrekenen van het vlees. Wat afwezig liggen haar vingers nog op het pakje diepvrieskipfilet. ‘Zo erg, alle kippen hadden het op hem voorzien en uiteindelijk hebben ze hem doodgepikt.’

‘Tjeetje’, meer weet ik ook zo gauw niet te zeggen, ‘tjeetje, was er dan niks mis met die haan?’ ‘Nee, nee’, de boerin schudt beslist haar hoofd en vervolgt verontwaardigd, ‘er was niks mis met die haan… het zijn de kippen. Zo naar wat die met elkaar kunnen doen. Breng jouw haan maar hier en je krijgt in ruil daarvoor een legkip, overleg maar even met mijn man’.

Ik loop met de boer naar het kippenhok en bekijk de dames nu toch anders. En komt het straks wel goed met onze haan. Een behoorlijk hanig type daar niet van, maar veertig moordlustige dames? Wat zou ze hebben bezield? ‘Wijs maar aan welke je wilt’, stelt de boer voor en ik lach, alsof hem dat gaat lukken. ‘Nou doe die kleinste onder die plank maar’, wijs ik tussen de veertig witte kippen. Knappe jongen die dat kan denk ik er achter aan. Langzaam draait de boer met zijn lichaam richting de kip en schiet vliegensvlug toe. Warempel! Hij heeft die kleine te pakken. De kip kotst van angst haar hele maaginhoud leeg en protesteert heftig tegen haar verpakking in een doos. Marit en Brenna hebben alles met grote interesse gevolgd. Dankzij de vangst van de kip zijn ze het horrorgedeelte van dit bezoek al zo’n beetje vergeten. ‘Kippen maken altijd van die vriendelijke geluidjes’, constateert de boer tevreden wanneer hij de doos aan de meisjes overhandigt en er onder de kartonnen flappen een zacht ‘pwóóók’ klinkt.

Thuis vang ik eerst de haan die ik vertel over de negenendertig blanke dames voor hem alleen. En dat zo’n stevige kerel als hij zich vast goed zal voelen op zijn nieuwe adres, maar onwillekeurig denk ik aan een oud collega die intens treurig kon vertellen hoe het was als enige zoon met acht zusters (maar wel een eigen kamer!) en de andere collega die ruim dertig vrouwen leiding moest geven en de verbijsterde blik in zijn ogen als hij vertelde over wat die dames elkaar konden aan doen. ‘Het is maar een haan’, spreek ik mijzelf streng toe. Ik eet wekelijks kip potverdorie.

De haan zit in de doos en dus kan de nieuwe kip er uit. Onze haan die blijven mag verslikt zich van schrik in een stukje mais en zet alle veren op en houdt zijn vleugels wijd terwijl hij de witte schoonheid een hoek van het hok in probeert te drijven. Vergeleken met de drie andere vrouwen uit zijn harem is ze reusachtig. Ze kijkt hem met één oog indringend aan en ik snap nu ook meteen waarom veel mannen het er niet zo op hebben, op een langere vrouw. Het is inderdaad wat lastig imponeren wanneer je je best staat te doen en zo’n chicky kijkt dan van boven met één geel oog op je neer.

Intussen vriest het ook nog dat het kraakt en voorzie ik de dames regelmatig van vers water en extra voer. ‘s Avonds controleer ik het nachthok en doe het deurtje dicht tegen de tocht. De nieuwe kip die Francis is gedoopt zit de eerste avond nog buiten op een tak maar laat zich in het donker makkelijk oppakken en in het nachthokje duwen. De dag erna liggen er in het zaagsel drie eitjes. Twee kleintjes en één grote. Ik raap ze op en wil de dames bedanken en draai me om. Gedecideerd komt Francis op mij afgestapt, kijkt eerst met één oog omhoog en pikt mij dan hard in mijn laars. Ze maalt niet om formaat.

Posted in achterhoek | Leave a comment

Friezen

‘Dan hoef je niet meer met al die emmers water te sjouwen!’, constateert Tommy tevreden. Trots laat hij de electriciteitsdraad zien die langs de leidingen van de waterbakken van de paarden is gewonden. Het is een vrijdag eind januari en er zijn wel weersvoorspellingen geweest, maar toch. De winter lijkt op dat moment ver weg en tevreden bedenk ik dat dat best veel tijd scheelt als ik niet meer met emmers hoef te sjouwen.

Op donderdag 2 februari arriveert een grote delegatie Friezen in de Achterhoek. Twee ooms en twee tantes met Hinke. ’Er is geen Fries met een mooier hoofd dan Hinke’, zegt oom Kees bij de koffie terwijl Hinke buiten in de wei haar hoofd omhoog zwaait en dansend op en neer draaft langs het hek dat tussen haar en de wei van de ponies staat. Ik vind haar eerlijk gezegd helemaal mooi en groot ook vergeleken met twee Shets van nog geen meter hoog en Luna de New Forest van 1.37 waar ik met gemak overheen kijk.

Maar goed, ik heb een Fries en het vriest. Alle waterleidingen in de gloednieuwe schuur zijn diepgevroren, geen druppel komt er in de waterbakjes terecht. De mest die ik ‘s morgens uit de stal van de ponies schep zou ik als munitie kunnen gebruiken in de eerste boeren oorlog zo hard bevroren zijn de mestkogels. ‘s Morgens emmers water, ‘s middags emmers water, ‘s avonds nog meer emmers water. Paardrijden is uitgesloten maar dan valt er 3 cm sneeuw en kijk ik de kleinste van het stel eens goed aan. Nina voor de slee. Als het met met één pony kan dan is het Nina wel. Ook oom Kees heeft het gezien. Als liefhebber, als uitsluitend liefhebber van Friezen (‘Als ik een ander paard mooi vind dan moet het wel zwart zijn’) zegt hij zo tussen neus en lippen door bij dezelfde kop koffie. ‘Die kleine shet, die is edel’. Dus ik haal haar uit de wei op zaterdagochtend en na twee dagen alle aandacht voor Hinke zie ik haar bijna verbaasd opkijken. Het hummeltje staat keurig stil wanneer ik haar inspan met een half tuig en daar gaat ze in draf voor de slee. Minstens zo mooi als die Fries voor de arreslee van het ererondje in Thialf.

De sneeuw in de wei vriest weg en dan zit er wat de paarden betreft niets anders op dan wachten op dooi voor we weer kunnen gaan rijden. En dat is maar mooi, want nu hoef ik niet te kiezen en kan gewoon gaan schaatsen. De schaatsbaan in Hengel0 ‘Steintjesweide’ opent de poorten en samen met de meisjes, Raymond en het halve dorp genieten we van het prachtige ijs, de vreselijke muziek en de lauwe chocolademelk. Raymond is dit jaar ingeloot voor de Tocht der tochten en ik probeer er niet aan te denken hoe dat straks gaat voelen als het dan na 15 jaar zover is. Een Elfstedentocht, een volledige Friese familie, een Fries paard in de wei, een moeder die de tocht geschaatst heeft, een vader die die tocht twee keer geschaatst heeft, een man met een startbewijs en zelf nul kans om mee te doen. Buikpijn krijg ik er van. Mijn vader heeft een startbewijs en ik heet natuurlijk ook Breimer, dus als ik nou… Maar nee, ik heb geen baard en mijn geboortejaar is van ná de oorlog en niet van daarvoor dus dat valt vast teveel op bij de controle.

‘De waterleiding in de schuur is nu op drie plaatsen gebarsten’, meldt Raymond aan het einde van de middag. ‘Nou, dan is het maar goed dat het nog even blijft vriezen’, zeg ik terwijl ik een emmer met water vul.

Posted in achterhoek, paard en pony | 4 Comments

diepvrieskip

De bezorger van het pakje blijft naar mijn voeten staren. ‘Moet ik nog tekenen?’ ‘Nee, dat doe ik zelf wel, gaat u maar snel naar binnen!’ Vanwege de blaffende honden ben ik op mijn sokken naar buiten gelopen, en dat is behoorlijk koud inderdaad.

Maar het is natuurlijk niets vergeleken met mijn kippen die per poot maar drie tenen hebben en die zijn bloot. De elfstedentochtschaatsers verloren er in hun barre tocht wellicht een paar maar dan hadden ze er vast nog zeven of acht over… Ik heb twee paardendekens over het kippenhok gelegd tegen de kou en daarna verzwaard met bakstenen toen de dekens er vandaag in de wind vanaf vlogen. Ik ga regelmatig even bij ze kijken en betrap mijzelf er op dat ik tegen ze begin te praten. ‘Gaat het nog een beetje dames en heren?’ Pwóóók! is dan het antwoord wat ik dan vertaal met ‘Doe ons nog eens wat water in plaats van ijs’ of ‘Die peterselie gisteren was best lekker…’ Ik heb op zoek naar groenvoer de peterselie uit de moestuin voor ze opgeofferd. Dan laat ik ze een tijdje alleen.

Josje en VanGent bekijken het ijs op de kikkerpoel met een grote dosis wantrouwen. VanGent posteert zich vlak langs de oever met een blik alsof hij altijd daar gaat staan om het land in de gaten te houden en er nooit een seconde over piekert om er een stap in te zetten.

 

Josje drukt haar neus tegen het ijs en snuift. Kijkt mij aan en het zal best dat ik midden op het ijs sta zij is niet van plan daar in de buurt te gaan komen. Nee, het was twee dagen geleden toch veel leuker zo samen in het water.

Als er kabouters bestonden dan konden ze prima schaatsen op het ijs in de waterbakken van de ponies. Iedere ochtend en iedere middag mik ik de bak omver in de wei en bik het ijs er uit. De eerste keer heb ik het nog opgetild en op de tuintafel gelegd waar het als een volwaardige ijssculptuur al een paar dagen mooi ligt te wezen…

Gras vormt suiker door de vorst en dus vinden de paarden het gras nu net zo lekker als wij onze boerenkool. Maar wanneer ik mij rond 16.00 uur bij de wei vertoon zijn ze opvallend snel bij het hek en duwen Nina en Boefje elkaar aan de kant in hun haast om met roffelende hoefjes naar de stal te rennen. Brokjes! Brokjes! Brokjes!

In de loop van de middag breng ik het pluimvee weer  een emmertje water en tref daar een vijftal verwoed gravende kippen en hanen aan in de hoek van het hok. Op de plek waar de zon het warmst schijnt hebben ze een gat gegraven waar ze in Colditz nog wat van zouden kunnen leren. Met hun blote tenen! Twee dames houden elkaar warm door dicht tegen elkaar aan te zitten, de derde is terug naar het zaagsel in het leghok waar begrijpelijkerwijs nu geen enkel ei meer te vinden is.

Degene die diepvrieskip heeft uitgevonden verdient straf. Kippen verdienen beter.

 

Posted in achterhoek | Leave a comment