De Apollo 13 zou naar de maan, kreeg problemen door een ontplofte zuurstoftank (geen energie is een groot probleem als je bijvoorbeeld nog terug naar de aarde wil) en vervolgens knutselde de voltallige bemanning met de aanwezige spullen een nieuwe energieaandrijving en kwam veilig thuis. In de film Apollo 13 uit 1995 speelt Tom Hanks de rol als commandant. Lees voor Apollo 13 Amelia 1. Voeg een ongecontroleerde vlucht toe en voila ik ben de commandant.
‘Nee hoor, ganzen vliegen niet weg. Die blijven zitten achter een hekje van een meter hoog. Je kent de uitdrukking toch wel? Domme gans!’ Annet heeft te veel ganzen en ik heb er geen. Zodoende heeft Raymond zich een weekend lang gestort op het plaatsen van 25 paaltjes en 65 meter hekwerk van een meter hoog. De Welkoopmeneer uit Toldijk komt hoogstpersoonlijk het hok afleveren (‘Ik woon in Ruurlo en kom toch langs’.) Op zondagochtend doe ik mijn best op een bedanktaart
en op zondagavond zijn we helemaal klaar voor de ontvangst van Amelia en oom Waldo.
(Amelia en Abigail Giegel zijn tweelingzusjes gans uit de disneyfilm De Aristokatten. Toen ik die twee dames zag rondsjokken in de film op zoek naar hun oom Waldo was ik verkocht.
Ganzen zijn leuk! Zelfs als ze niet praten en geen hoedje ophebben. Ze vinden oom Waldo uiteindelijk in Parijs waar hij behoorlijk aangeschoten een restaurant uit vlucht. ‘Ze hebben mij volgegoten met port!’)
De dame en heer arriveren in een kist en zijn behoorlijk in hun wiek geschoten om het maar even bij vliegtermen te houden. Oom Waldo komt uit de tuin van Annet uit Baak en is als eerste in de kist gestopt. Daarna zijn ze naar de buurvrouw van Annet gereden (ook teveel ganzen) alwaar Amelia in de kist is gezet. Ze flapperen uit de kist en belanden in het hoge gras (ganzen zijn uitstekende graseters) en staan hevig ontdaan te schelden in hun nieuwe verblijf. Dat gaat 12 uur lang goed. Dan besluit Amelia dat het genoeg is geweest en stijgt op richting Baak. Ze haalt minstens 200 meter en het is maar goed dat ze verontwaardigd zit te snateren anders had ik nog lang moeten zoeken. Nu drijf ik haar in de juiste richting via de wei van de paarden terug naar haar eigen wei. In de paardenwei treffen we oom Waldo aan. Die zijn nieuw ontdekte talent nog maar eens beproefd (Annet:’Ik heb hem nog nooit zien vliegen’). Oom Waldo vliegt, vliegt hoog en zwenkt met een bocht terug naar de aarde alwaar hij in het maisveld hevig snaterend het allemaal ook niet meer weet.
Ik concentreer mij op Amelia. Met twee balkjes en een trui weet ik haar de juiste kant op te werken. Als zij weer achter haar hekwerkje zit is het moment voor oom Waldo. Die is zichtbaar de kluts kwijt. Ver van huis met een onbekende ganzendame in zijn wei en een vreemde vrouw die op hem af komt gewandeld. Eerst waggelt hij gedecideerd bij mij vandaan. ‘Nou best, dan wandelen we terug naar je wei’, stel ik voor. Na 10 meter heeft hij het gehad en draait zich om, kijkt mij aan en begint te blazen als een nest valse katten. Ik besluit oom Waldo dan maar te dragen en dat betekent dat ik hem moet oppakken. Tot mijn en zijn verrassing lukt dat wonderwel goed. Daar sta ik in het veld met een bundel woedende gans. Met zijn lange nek draait hij zich om naar mijn gezicht. Half afgewend en met mijn hoofd naar beneden weet ik de ergste aanval uit de weg te gaan. Oom Waldo heeft met zijn snavel een bek vol haar te pakken waar hij nijdig aan trekt. Ik wandel stevig door en kom uiteindelijk in redelijke staat terug bij de ganzenwei. Twee ganzen achter het hek. Ik besluit Annet erbij te halen. Zij heeft niet zonder trots vertelt dat ze het diploma kippenhouden heeft en daar zal vast een module kortwieken bij zitten lijkt mij. Maar nee, kortwieken zat er niet bij. Dus man Wim meegenomen die één voor één Amelia en oom Waldo vangt en uitleg geeft over de pijnloze plek om de buitenste veren van de vleugel af te knippen. 
Aardappelschillen, appelschillen…blazend wijzen ze iedere vorm van toenadering af. Twaalf uur lang blijven ze eensgezind in hun hokje naar mij zitten blazen. Ik hoop er maar op dat een gedeelde vijand tot een langdurig ganzenhuwelijk zal leiden. Dan breng ik een emmer vers water. Zodra ik uit zicht ben spetteren ze zichzelf nat en klapperen voldaan met hun vleugels. Tijd om de grote vijverbak te plaatsen dan willen ze vast nooit meer terug naar Baak. En als dat niks wordt probeer ik het met port. Weet nog niet zeker wie ik er dan mee vol giet…













